Zomerbollen brengen kleur in je tuin of op je balkon. Met een slimme soortkeuze ben je van juni tot november verzekerd van bloemen. Planten is eenvoudig en doe je na de laatste nachtvorst tot eind mei.
Soorten
Er zijn veel meer soorten zomerbollen dan de meeste mensen denken. Zo zijn er de bekendere dahlia, gladiool, begonia en lelie. Maar kies ook eens voor de grappige kuiflelie (Eucomis), gevlekte tijgerbloem (Tigridia) of elegante callalelie (Zantedeschia). Welke zomerbollen je ook kiest, kleurenspektakel gegarandeerd!
Aan de slag
- Stap 1. Maak met een schep(je) plantgaten in de grond, de plantafstand vind je op de verpakking. Vuistregel voor de plantdiepte is: ‘tweemaal zo diep als de bol hoog is’. Uitzondering hierop zijn dahlia en begonia, die hoeven slechts een paar centimeter diep in de grond.
- Stap 2. Plaats de bollen met het ‘neusje’ (groeipuntje) naar boven in het plantgat. Bij begonia’s is de holle kant de bovenkant.
- Stap 3. Vul aan met aarde en druk licht aan.
- Stap 4. Geef water als de grond droog is..
In pot
Zomerbollen zijn ook spectaculair in potten. Je kunt dan dichter op elkaar planten. Let er alleen op dat er gaten onderin de pot zitten voor het afvoeren van overtollig water. Gebruik voor het beste resultaat kleikorrels of scherven op de bodem en stort daarop de grond.
Weetje
Geen nood als een bol per ongeluk ondersteboven is geplant; als ze uitlopen vinden ze vanzelf hun weg omhoog.
Tips
- Plant samen en maak er een tuinfeestje van.
- Elke grondsoort is geschikt, als het maar geen bodem is die lang nat blijft.
- Check op de verpakking of internet of de bollen voorkeur hebben voor zon of (half)schaduw. Veel zomerbollen zijn zonaanbidders.
- Geef alleen tijdens langdurige droogteperiodes water.
